
Het ultieme kerstgevoel is, volgens mij, een combinatie van een aantal zaken. Ten eerste is het belangrijk als het huis versierd is. Check. De kerstboom staat en is opgetuigd, er hangen overal lampjes, er hangt een mooie krans aan de deur, ik heb een mooi kerststuk op de eettafel staan en voor het raam staat een kerstster. Daarnaast heb ik de kerstkaarten die ik ontvangen heb, opgehangen en staan en her en der wat leuke, gezellige kerstbeeldjes verspreid door de woonkamer en keuken.
Ten tweede is het schrijven en versturen van kerstwensen van belang om in de kerststemming te komen. Check. Ik vind het een leuke traditie om kerstkaarten te schrijven voor familie en vrienden. Om hen een warm hart toe te dragen en hen iets moois te wensen. Ik ga daar lekker een zaterdagochtend voor zitten en schrijf alle kaarten persoonlijk. Rustig aan en onder het genot van liters warme chocomel. Op iedere kaart probeer ik iets anders te schrijven. Iets wat ik die persoon van harte toe wens. Als ik alle kaarten geschreven heb, ga ik ze rondbrengen. Bij iedereen die in de buurt woont, dan. De andere kaarten gaan in de brievenbus.
Ten derde hoort een adventskalender bij het stimuleren van het kerstgevoel. Check. Tegenwoordig is het heel populair om een adventskalender te hebben. Er zijn dan ook een heleboel verschillende te verkrijgen. Ik heb er dit jaar een die iedere dag een bonbon geeft. Iedere middag zet ik een kopje thee en dan geniet ik daarbij van de bonbon uit de kalender. Ik maak er echt even een momentje voor mezelf van. Ik ga in mijn luie stoel voor het raam zitten met een kleedje over me heen, luister naar kerstmuziek en kijk naar buiten. En dan geniet ik dus van de overheerlijke bonbon.
Ten slotte is het belangrijk om kerstlekkernijen te maken en te eten. Nog niet check. Dat ga ik vandaag doen. Ik ga kerstkoekjes bakken. Het eerste wat ik doe, is mijn kerst kookboek doorbladeren. Alleen al van de foto’s die voorbijkomen, loopt het water in mijn mond. Mmm… Romige pompoensoep met versgebakken brood, pasteitjes gevuld met bospaddenstoelenragout, een klassieke Waldorfsalade, groenteschotels met wintergroenten en ga zo maar door. Het ene naar het andere goddelijke gerecht komt voorbij. Ik blader door naar de baksels en al gauw kom ik terecht bij de koekrecepten. Mijn lievelingskerstkoekjes zijn toch echt de gemberkoekjes in de vorm van mannetjes. Die ga ik maken. Ik maak een boodschappenlijstje en haast me naar de supermarkt.
Eenmaal thuis stal ik alle ingrediënten en benodigdheden uit, ik verwarm de over voor en zet de kerstmuziek op standje discotheek. Al zingend en dansend ga ik aan de slag. Eerst meng ik alle droge ingrediënten door elkaar. Dan doe ik alle natte ingrediënten bij elkaar. Vervolgens pak ik de mixer en meng de natte ingrediënten langzaam door de droge-.
Na een paar minuten mengen, heb ik een mooie deegbal die ruikt naar mijn jeugd. Vroeger bakte ik dit soort koekjes ieder jaar met mijn grootouders. Samen met hun kleinkinderen werden de koekjes gebakken en versierd. Het deeg werd door opa gemaakt en verdeeld onder de kleinkinderen. We maakten er mooie figuren van. Mijn lievelingsfiguur was het rendier, maar we konden ook kiezen voor een kerstman, een sneeuwpop, een mannetje, een ster. Stiekem snoepten we al van het deeg. Vooral opa. Hij likte het deeg zo van je handen, als je niet uitkeek. Wanneer de koekjes in de oven stonden, zaten we met z’n allen op de grond door het raam van de oven te kijken totdat de koekjes klaar waren. De keuken vulde zich ondertussen langzaam met die typische, kruidige en zoete geur. Zodra de koekjes uit de oven kwamen, moesten we rustig gehouden worden. Het liefst wilden we de koekjes meteen versieren, maar ze moesten eerst afkoelen. Gelukkig had oma ieder jaar een leuk spelletje voorbereid dat we met z’n allen gingen spelen.
Met tranen in mijn ogen, komt de herinnering aan vroeger naar boven. Het zijn tranen van geluk. Tranen van dankbaarheid. Wat heb ik toch een fijne jeugd gehad. Ik veeg met mijn mouw langs mijn wangen en herpak mezelf. Ik rol de deegbal uit tot een mooie, dunne plak en maak er kleine rondjes van die ik meteen op de bakplaat leg. Als de bakplaat bijna helemaal vol ligt, piept de oven. Voorverwarmd. Ik leg de rest van de koekjes op de plaat en schuif de plaat dan in de oven.
Al na een paar minuten vult nu ook mijn keuken zich met die bekende geur uit mijn jeugd. Even word ik weer melancholisch, maar dan hoor ik ineens mijn favoriete kerstliedje op de achtergrond. Ik ben meteen terug in het hier en nu en begin keihard mee te blèren en dans wild om me heen. Als het liedje afgelopen is, is de oven klaar. Ik haal de koekjes eruit en proef er alvast eentje. Ze smaken heerlijk. Nu nog het glazuur eroverheen. Ik maak espressoglazuur en geef zo mijn eigen draai aan deze koekjes. Met het glazuur teken ik sneeuwkristallen op de koekjes. Check. Ik ben in opperste kersttemming.
